Juridische ontwikkelingen staan nooit stil. Rechters doen uitspraken die nieuwe inzichten geven, wetten veranderen en de praktijk blijft zich ontwikkelen. Met de Legal Update houd ik je op de hoogte van relevante rechtspraak en andere juridische ontwikkelingen voor ondernemers.
Gebruik niet zomaar andermans klantenbestand
Een klantenbestand is meer dan een lijst met e-mailadressen. Het kan een waardevol bedrijfsmiddel én een bedrijfsgeheim zijn. Dat blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Een ondernemer ontving een bestand met ongeveer 18.000 e-mailadressen van een onbekende bron en gebruikte deze voor een commerciële mailing. Later bleek dat veel van deze adressen voorkwamen in het klantenbestand van een concurrent.
De rechtbank oordeelde dat de ondernemer had moeten begrijpen dat een zo’n bestand waarde vertegenwoordigde. Door het zonder onderzoek naar de herkomst te gebruiken, handelde hij onrechtmatig. Hij mocht het bestand niet verder gebruiken en moest inzicht geven in de marketingactiviteiten en de daarmee behaalde omzet en winst.
Interessant is ook dat de rechtbank aannam dat het klantenbestand door de mailing minder waard was geworden. Doordat potentiële klanten een concurrerend aanbod ontvingen, bestond het risico dat zij hun budget bij de concurrent zouden besteden. Daarmee werd de concurrentiepositie van de oorspronkelijke eigenaar direct aangetast.
Deze uitspraak laat zien dat een klantenbestand niet alleen vanuit privacyrecht waardevol is, maar ook vanuit ondernemingsrecht. Onder omstandigheden kan een klantenbestand worden beschermd als bedrijfsgeheim, waardoor onrechtmatig gebruik flinke gevolgen kan hebben. In dit geval: een dwangsom betalen van maximaal € 500.000 bij niet voldoen aan bepaalde voorwaarden, en betalen van € 19.049,57 aan gerechtskosten.
Digitaal aanbod en herroepingsrecht: dit moet je weten
Verkoop je online memberships, online leerplatformen of andere digitale inhoud/diensten aan consumenten? Dan is deze uitspraak van het Hof van Justitie van de EU wellicht interessant.
Eerst even wat basics. Bij digitale inhoud (zoals een e-book of een los videobestand) vervalt het herroepingsrecht zodra de consument uitdrukkelijk instemt met directe levering en erkent dat het herroepingsrecht daarmee vervalt.
Bij een digitale dienst ligt dat anders. De consument behoudt in beginsel het herroepingsrecht gedurende de eerste 14 dagen. Wel mag de ondernemer een evenredige vergoeding vragen voor het deel van de dienst dat al is geleverd.
De zaak? Die ging over de Oostenrijkse streamingdienst Sky. Consumenten konden via een abonnement toegang krijgen tot films en series. Bij het afsluiten van het abonnement moesten zij akkoord gaan met directe toegang tot de dienst en erkennen dat zij daardoor hun herroepingsrecht verloren. Een Oostenrijkse consumentenorganisatie vond dat dit niet mocht. Volgens hen ging het niet om de levering van digitale inhoud, maar om een digitale dienst.
Het Hof van Justitie moest daarom beoordelen hoe een streamingdienst juridisch moet worden gekwalificeerd. Daarbij keek het Hof niet alleen naar het feit dat consumenten toegang kregen tot digitale video’s, maar vooral naar de manier waarop de dienst was ingericht. De streamingdienst bood namelijk een voortdurend veranderend aanbod, verschillende functionaliteiten en persoonlijke aanbevelingen op basis van het gebruik van de consument. Het Hof oordeelde dat dit geen levering van digitale inhoud was, maar een digitale dienst.
Deze uitspraak is daarom ook relevant voor aanbieders van memberships, online cursussen en leerplatformen (aan consumenten). Niet ieder online “product” kwalificeert automatisch als digitale inhoud. De inrichting van je aanbod bepaalt welke regels van toepassing zijn. Controleer daarom of je bestelproces, algemene voorwaarden en informatie over het herroepingsrecht nog aansluiten bij jouw dienst.
AVG-verzoek als verdienmodel?
Wanneer er persoonsgegevens van je worden verwerkt, dan heb je volgens de AVG bepaalde rechten. Zoals het recht van inzage. In een zaak had een consument meerdere online bestellingen geplaatst bij Tuinmeubelwereld. Na een discussie over de bestellingen diende hij een inzageverzoek. Vervolgens stelde hij financiële claims en een procedure in omdat hij vond dat de webshop niet tijdig en volledig aan zijn verzoek had voldaan.
De rechtbank oordeelde uiteindelijk dat sprake was van misbruik van recht. Volgens de rechtbank was het doel van het inzageverzoek niet daadwerkelijk het controleren van de verwerking van persoonsgegevens, maar om er financieel beter op te worden. Daarbij keek de rechtbank onder andere naar het patroon van eerdere vergelijkbare procedures en de manier waarop de consument druk uitoefende op de webshop. Daarbij keek de rechtbank onder andere naar het feit dat de consument al vroeg in het traject aandrong op financiële vergoedingen, terwijl hij na de reactie van de webshop niet inhoudelijk inging op de verstrekte informatie.
De consument moest ruim € 10.000 aan proceskosten betalen.
Deze zaak laat zien dat ook het gebruik van privacyrechten onder omstandigheden grenzen kent. Maar: het blijft belangrijk om AVG-verzoeken serieus, tijdig en inhoudelijk correct af te handelen.


